Een lokaal bestuur kan zelf beslissen of ze verwaarloosde woningen en gebouwen registreert en aanpakt. Er zijn meerdere redenen om verwaarloosde woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
- Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
- Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
- Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie en veiligheidsdiensten vraagt.
- Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
- Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van het lokaal bestuur om het openbaar domein te onderhouden teniet.
- Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder het optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt
- Het is wenselijk dat woningen en gebouwen die op de grond van de gemeente beschikbaar zijn, niet alleen worden gebruikt, maar ook in goede staat blijven, omdat dat anders leidt tot verloedering en dat extra taken en kosten meebrengt voor het lokaal bestuur.
Het lokaal bestuur kan een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het verwaarlozingsregister te bepalen en op basis van de Vlaamse Codex van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden. De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van het lokaal bestuur.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):
1° de water- of winddichtheid is aangetast en/of
2° de stabiliteit is aangetast en/of
3° onderdelen die losgekomen zijn of dreigen los te komen en/of
4° voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.
De procedure
Opname in het gemeentelijk verwaarlozingsregister
Bij vaststelling van verwaarlozing wordt de woning officieel opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister. Dan wordt de eigenaar in kennis gesteld van de opname. Als je het niet eens bent met de opname, kan je beroep tegen de opname indienen binnen uiterlijk 30 dagen na de kennisgeving. Je verstuurd je beroep als aangetekend schrijven, voorzien van een brief met een duidelijke motivering, voorzien van de nodige bewijsstukken, gericht aan de Dienst Wonen van het lokaal bestuur, Zuidlaan 36, 9630 Zwalm of via mail naar wonen@zwalm.be. Wanneer het beroep tegen de opname wordt aanvaard, dan word je van het register gehaald. Zoniet, blijft je pand op het gemeentelijk vewaarlozingsregister.
Wanneer zich in het lopende jaar veranderingen voordoen (verkoop, verhuring, sloop, ...) mag je die altijd melden aan de Dienst Wonen via wonen@zwalm.be.
Heffing op verwaarlozing
Wanneer na één jaar de situatie onveranderd is, ontvangt de eigenaar een aanslagbiljet van 1300 euro per woning en 650 euro per gebouw. De belasting wordt verhoogd met € 1.300 (woning) en € 650 (gebouw) per bijkomende termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister staat met een maximum 5 bijkomende termijnen van twaalf maanden.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt meegenomen indien het pand ook dient opgenomen te worden in het register op verwaarloosde panden.
Na elke ontvangst van een heffing op verwaarlozing, krijg je de kans om bezwaar in te dienen tegen de heffing. Dat bezwaar wordt vervolgens door het college van burgemeester en schepenen beoordeeld en al dan niet gegrond verklaard. Je verstuurt je bezwaar als aangetekend schrijven, voorzien van een brief met een duidelijke motivering, voorzien van de nodige bewijsstukken, gericht aan het college van burgemeester & schepenen, Zuidlaan 36, 9630 Zwalm. Wanneer het bezwaar tegen de heffing wordt aanvaard, dan word je van het register gehaald. Zoniet, blijft je pand op het gemeentelijk leegstandsregister staan.
Vrijstellingen
De eigenaar kan een beroep doen op de vrijstellingen zoals vermeld in het reglement. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.
Schrapping uit het register
Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de eigenaar bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
Voor de schrapping uit het gemeentelijk verwaarlozingsregister dient de eigenaar een aanvraag tot schrapping in te dienen via onderstaand formulier of een beveiligde zending, gericht aan de Dienst Wonen. Binnen de 90 dagen na indiening van je aanvraag tot schrapping dient de administratie een beslissing te nemen en deze kenbaar te maken aan de aanvrager.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan door de zakelijk gerechtigde in beroep gegaan worden volgens artikel 5 van het reglement op verwaarloosde woningen en gebouwen.